We rennen, zoeken en ‘werken aan onszelf’. Alsof we steeds beter moeten worden, iets moeten fixen of oplossen. Maar wat als de sleutel helemaal niet ligt in méér doen, maar juist in minder? In loslaten. In ont-leren. In gewoon zijn.
Ont-leren in plaats van leren
Hoe dieper ik door mijn eigen schaduwlandschappen dwaal, hoe meer ik ontdek dat er eigenlijk niet zoveel te leren valt. Het gaat veel meer om ont-leren. Om het afwikkelen van alles wat ik mezelf heb aangeleerd.
Steeds sterker besef ik dat mijn lichaam – mijn instrument – een essentieel kompas is op De Weg. Dat mijn gevoelens, mijn menselijkheid, mijn ervaringen niet iets zijn om te beheersen, maar juist de bron van kleur en betekenis. En dat ze veel meer ruimte verdienen om vrij te stromen dan ik ze vaak (nog) toelaat.
Hoe we onszelf ingewikkeld maken
Toch maken we het onszelf vaak zo ingewikkeld. We wikkelen ons in gedachten, overtuigingen en allerlei hoofdzaken. We raken verstrikt in meningen – die van onszelf en van anderen.
Op zich is een mening niet verkeerd. Maar zodra die wordt verheven tot absolute waarheid die voor iedereen zou moeten gelden, raken we verder verwijderd van onszelf én van elkaar.
De valkuil van zelfhulp
Het is vandaag de dag makkelijker dan ooit om oplossingen buiten onszelf te zoeken. We bedenken strategieën om intense gevoelens te reguleren of weg te werken. We duiken in zelfhulpboeken en methodes om ‘aan onszelf te werken’.
Maar soms blijven we juist daardoor ronddraaien in vicieuze cirkels van analyses en spiegelbeelden, zonder werkelijk contact te maken met datgene wat gevoeld wil worden.
Leren voelen, niet fixen
En dat zeg ik uit ervaring. Ik heb lang niet echt geleerd om gevoelens te vóelen. Niet te analyseren, niet te reguleren, maar gewoon: voelen.
Het reguleren – mezelf leren dragen tijdens intensiteit – ben ik pas de laatste jaren gaan ontdekken. Door ervaring, niet door kennis. En toch schuilt er in het idee dat we alles moeten kúnnen (ook reguleren) een valkuil: dat we het voelen weer vermijden. We proberen te fixen, op te lossen… maar gaan voorbij aan het echte thuiskomen.
Aan de rand van het donker
Aan de rand van ons eigen donker blijven we vaak stilstaan. Bang voor wat we daar zullen aantreffen. Bang dat we het niet zullen kunnen dragen. Misschien steken we een hand uit, voelen voorzichtig even, maar trekken ons weer terug.
Toch is de enige weg vaak: erdoorheen.
Mijn eigen pad
Ik herken mezelf hierin. Ik ben een meester in vermijden. Ik kan prima stilstaan met één hand en één voet in het donker, mezelf overtuigend dat ik ‘echt wel voel’.
Maar hoe vaker ik mijzelf toelaat om het donker in te stappen, hoe groter mijn vertrouwen groeit. Ik ontdek dat precies dáár mijn ware zelf op me wacht. Dat mijn schaduw niet mijn vijand is, maar mijn gids.
En dat er in die ontmoeting niet zoveel angst of afstoting nodig is, maar juist mildheid en nieuwsgierigheid.
Gewoon Zijn
En eigenlijk is dit alles. Dit is Het. Het enige dat nodig is: gewoon zijn. Soms alleen, soms met iemand naast je die je even herinnert aan je eigen kracht en draagkracht.
Want dat is het geheim: gewoon zijn. Altijd genoeg.
Wil jij ook ontdekken hoe je meer thuiskomt in je lichaam en leert vertrouwen op je eigen draagkracht? Ik heb een gratis mini-gids gemaakt die je helpt om stap voor stap te oefenen met voelen, loslaten en gewoon zijn.
—
✨ Je bent welkom. In je hoofd, je hart, maar vooral: in je lijf.

Recente reacties