Er zijn van die momenten waarop je ineens merkt dat je lichaam sneller reageert dan jijzelf.
Je bent in gesprek, je luistert… en zonder dat je het doorhebt, begint er iets in jou te scannen.
Wat bedoelt de ander?
Wat voelt de ander?
Hoe kijkt de ander naar jou?
Niet omdat je nieuwsgierig bent.
Niet omdat je écht wilt weten.
Maar omdat een oud deel in jou denkt dat het moet.
Dat het anders onveilig wordt.
Dat jij anders tekortschiet of iets mist waar je verantwoordelijkheid voor zou moeten nemen. Ik herken dit zo goed.
Het is een beweging die zo vertrouwd voelt dat je bijna vergeet dat het ooit is ontstaan uit nood.
Een kind dat voelde dat afgestemd zijn op de ander veiliger was dan afgestemd zijn op zichzelf.
Een zenuwstelsel dat leerde dat hyperalert zijn een vorm van bescherming was.
Een lichaam dat alles opving wat nooit jouw taak was….
En zolang je dat niet ziet, lijkt het alsof het simpelweg “zo gaat”. Alsof dit jouw aard is.
Alsof je nu eenmaal iemand bent die voelt, meedenkt, invoelt, anticipeert.
Maar ergens onderweg wordt duidelijk dat deze strategie een prijs heeft.
En die prijs voel je niet in één klap.
Je voelt het in de kleine scheurtjes:
in het steeds opnieuw aanpassen,
in het zoeken naar hoe het hóórt,
in het inhouden van je eigen waarheid,
in de vermoeidheid die maar niet oplost,
in het subtiele verlies van je eigen grond.
Er komt een moment waarop je niet meer kunt ontkennen dat je jezelf verlaat.
Dat de beweging naar de ander sneller is dan de beweging naar binnen.
Dat jouw lichaam nog steeds leeft vanuit een oud script dat allang niet meer klopt.
Wat mij de laatste tijd raakt, is hoe duidelijk dit patroon weer bovenkomt precies op de plekken waar groei plaatsvindt. Juíst wanneer je kwetsbaar bent, wanneer je rouwt, wanneer je verandert, wanneer je opnieuw moet leren leunen op jezelf. Het oude deel in jou denkt dan harder te moeten werken. Terwijl jij juist probeert zachter te worden.
En dat is het moment waarop iets in jou begint te luisteren.
Echt luisteren.
Niet naar de ander…
maar naar jezelf.
Naar dat kleine, stevige weten in je buik dat fluistert:
Dit hoeft niet meer.
Je hoeft niemand voor te zijn.
Je hoeft niets te lezen wat niet gezegd wordt.
Je mag eerst bij jezelf blijven.
Het vraagt moed om te voelen dat je een oude overleving loslaat.
Het vraagt aanwezigheid om die reflex niet te veroordelen, maar te eren voor hoe slim en beschermend hij ooit was. En het vraagt trouw om te besluiten dat jouw leven, nu, in dit lichaam, een andere grond verdient.
Ik geloof dat veel vrouwen dit herkennen.
Dat we massaal zijn opgegroeid in dynamieken waarin aanpassen veiliger leek dan aanwezig blijven. En dat we nu — stukje bij beetje — terugkomen bij die plek in ons waar waarheid en zachtheid samen vallen.
Dit is geen verhaal met een “oplossing”.
Het is een uitnodiging.
Een herinnering.
Misschien voel jij dit ook.
Misschien merk je dat je jezelf verlaat zonder dat je het doorhebt.
Misschien voel je de prijs die je betaalt aan spanning, verwarring of vermoeidheid.
En misschien is dit jouw moment om te zeggen:
Ik mag terugkeren. In mezelf. In mijn lijf. In mijn ritme.
In mijn volgende blog deel ik een paar zachte manieren om je lichaam te ondersteunen wanneer je midden in herstel, rouw of innerlijke transformatie zit — niet om iets te begrijpen, maar om te kunnen landen.
In liefde,
Anna

Recente reacties